Verhuizen naar Frankrijk populair

Verhuizen naar Frankrijk

Verhuizen naar Frankrijk is de laatste tijd een stuk populairder geworden. Als één van de belangrijkste oorzaken wordt de situatie op de Nederlandse woningmarkt gezien. Deze staat onder druk, volgens velen als gevolg van de regelzucht van de overheid.

Het rommelt op de Nederlandse woningmarkt. Aan het huurfront ruziën Staatssecretaris Remkes van Volkshuisvesting en de Tweede Kamer over de maximale huurverhoging. Remkes wil 4.5 procent, de Kamer houdt het op 2 procent. Ook op het koopfront is het onrustig. Daar heeft de Staatssecretaris het aan de stok met de gemeenten omdat hij meer koopwoningen wil bouwen. En ondertussen gaat de prijsexplosie van koopwoningen door. De sterk oplopende hypotheekschulden brengen De Nederlandsche Bank inmiddels tot de opmerkelijke oproep om de kredietverlening te beperken.


De problemen op de Nederlandse woningmarkt zijn terug te voeren op de regelzucht van de overheid, die met haar interventies op de woningmarkt meer problemen creëert dan oplost. De Nederlandse overheid reguleert bijna alle aspecten van de woningmarkt. De prijzen worden beïnvloed door een wettelijk vastgestelde maximale huurstijging, individuele huursubsidie en de belastingwetgeving. Particuliere en gemeentelijke woningcorporaties domineren de huursector. Het aandeel koopwoningen in de woningvoorraad is de laatste jaren gestegen tot 50 procent, maar de Nederlandse woningmarkt wordt nog altijd gekenmerkt door een groot aandeel huurwoningen.

 

De gevolgen van de sterk gereguleerde woningmarkt zijn met name zichtbaar in de grote steden. Het beperkte aantal koopwoningen (in Amsterdam minder dan 20 procent van het totaal) en de omvangrijke sociale sector beperken de woningmobiliteit van huishoudens. In de huursector is de vraag al jaren groter dan het aanbod. Door de wettelijk vastgestelde maximale huurstijging is het prijsmechanisme buiten werking gesteld en blijft de markt uit balans.

Omdat huurders in de sociale sector een prijs betalen die beneden de marktprijs ligt, zijn ze minder geneigd te verhuizen. Het opgeven van een eenmaal bemachtigde woning in de sociale sector maakt mensen feitelijk een dief van hun eigen portemonnee. Er zijn lange wachtlijsten in de sociale huursector en de doorstroming is miniem. De lijsten dwingen starters op de woningmarkt hun heil te zoeken in de koopsector, wat weer leidt tot extra prijsstijgingen. Huurbescherming in de sociale sector leidt zo, via een beperking van de verhuismobiliteit, tot stijgende prijzen in de koopsector. Dit vormt één van de mogelijke verklaringen voor de excessieve prijsstijgingen van koopwoningen, vooral in de Randstad. Het is daarom onbegrijpelijk dat de gemeente Amsterdam in de te bouwen wijk IJburg slechts 30 procent koopwoningen in de vrije sector toestaat.


De vraag naar bijvoorbeeld eengezinskoopwoningen is groot en meer aanbod zorgt voor doorstroming vanuit de sociale huursector. Zowel starters op de woningmarkt als doorstromers zijn dan beter af. De problemen op de woningmarkt kunnen deels worden opgelost door vergaande deregulering. Goed beleid zou er voor moeten zorgen dat er voor huishoudens met hogere inkomens een prikkel is om vanuit een sociale huurwoning te verhuizen naar een duurdere huurwoning in de vrije sector of naar een koopwoning.

Woningbouwverenigingen moeten daarom in staat worden gesteld marktconforme huren te vragen voor hun woningen. De overheid kan de extra winsten afromen en gebruiken voor het bekostigen van een verhoging van de huursubsidie. De afrekening met de woningbouwverenigingen moet zo plaatsvinden dat die geprikkeld worden hun woningen te verhuren aan lage inkomens. Om de doorstroming te bevorderen moet het aanbod van koopwoningen en luxere  huurwoningen drastisch verhoogd worden. Gemeenten die aan hun koopvijandige beleid blijven vasthouden moeten door het rijk gedwongen worden meer koopwoningen te bouwen.

Grotere mobiliteit op de woningmarkt is ook mogelijk door het verlagen van de transactiekosten. Die bestaan bij huurwoningen voornamelijk uit verhuiskosten en kosten voor het zoeken naar een andere woning. Deze kosten zijn aanzienlijk want huurders hebben te maken met woonbonnen, urgentiebewijzen en andere vraag regulerende maatregelen. In het koopsegment komt hier nog de overdrachtsbelasting bij. De werking van de woningmarkt is er bij gebaat dat die zo snel wordt afgeschaft.


De plannen voor een koopsubsidie voor lage inkomens, die binnenkort in de Tweede Kamer behandeld worden, maken de problemen op de woningmarkt alleen maar erger. Doordat veel huishoudens met hoge inkomens in de sociale huursector wonen, kunnen niet alle huishoudens met een laag inkomen aan een sociale huurwoning geholpen worden. Een koopsubsidie zorgt ervoor dat deze groep huishoudens toegang krijgt tot het koopsegment van de woningmarkt. Dit zet de toch al sterk gestegen prijzen van koopwoningen nog verder onder druk.


Steeds meer politici maken zich zorgen over een mogelijke tweedeling op de woningmarkt. Maar veel voorstellen doen niet meer dan het ene gat met het andere vullen. Vermeende tweedeling als gevolg van huurstijgingen wil men tegengaan door geforceerd lage huurstijgingen te dicteren, in plaats van te zorgen voor meer doorstroming zodat sociale huurwoningen beschikbaar komen voor lage inkomens. Tweedeling als gevolg van de onevenredig grote belastingvoordelen voor huiseigenaren wordt tegengegaan door een koopsubsidie te introduceren voor lage inkomens. En als het aan De Nederlansdsche Bank ligt wordt de excessieve prijsstijging van koopwoningen tegengegaan door kredietbeperkingen. Meer aanbod van koopwoningen zou een veel betere oplossing zijn.

 

In een nieuw beleid moet het streven naar gedifferentieerde woonwijken centraal staan. Daarvoor moet het aandeel koopwoningen stijgen, zowel in nieuw te bouwen wijken als in de oude wijken van de grote steden. Bovendien is er behoefte aan een vergaande vorm van deregulering op de woningmarkt. Staatssecretaris Remkes en minister Jorritsma van Economische Zaken moeten samen met een integrale visie komen op deregulering van de woningmarkt en niet te snel toegeven aan de regelzucht van Kamerleden.